


Donderdag 3 februari.
Na de boeiende uiteenzetting gisteren door de 9 onderwijsvakbonden overkoepeld door de C.S.T.T. konden we vandaag enkele scholen bezoeken.
Afspraak was om 9 uur aan de hoofdzetel en we hadden tijd tot 11 uur. Echter alle aanwezige “generaals” waren er onderling nog niet uit wat het programma van vandaag juist was. Iedereen wilde ons immers enkele interessante zaken in zijn sector laten zien alhoewel we daar eigenlijk geen tijd voor hadden. De Togolese vrienden vergaderden even onderling en na 20 minuten waren ze het er over eens dat we ons konden opsplitsen. De ene groep ging enkele scholen bezoeken, de andere groep ging een bezoek brengen aan de zetel van wat wij noemen Bouw, Industrie en Energie.
Met onze rugzak volgeladen met geschenken die ze in een school goed konden gebruiken gingen we op pas met ons reeds goed gekende busje.
De eerste halte was aan een basisschool. Het contrast met onze scholen kon echt niet groter zijn dan het was. Je vormt je vooraf wel een beeld van een school en een klas, maar de werkelijkheid overtreft alles. Het was om echt heel stil van te worden, waren er niet de steeds lachende blije gezichtjes van de kinderen en het aanstekelijke enthousiasme van de leerkrachten. Alle kinderen in uniform (in gelijk welke school), een ander uniform naargelang het kleutertjes waren (tussen 3 en 5 jaar) of lagere schoolkinderen waren. Alle kinderen kwamen uit hun klasje gelopen en we werden omstuwd door zingende en dansende kinderen. Heel erg leuk, maar we verwonderden er ons over dat er zoveel kinderen uit een klein klasje konden komen.
Gemiddeld zitten er 50 kinderen in een klas en zijn er, als het goed gaat, een 20-tal kleine banken aanwezig waaraan de kinderen kunnen werken.
Didactisch materiaal is er niet voorhanden (de overheid heeft de subsidies omwille van de financiële problemen fel teruggeschoefd en de kerkelijke overheid geeft ook al geen geld meer), drinkbaar water is iets wat op school niet voorhanden is en zelfs het meest elementaire sanitair is er ook niet (ook niet voor de leerkrachten). Ooit was het er wel, maar dat is al weer vele jaren gelden.
Naast de basisschool was er een klein schooltje voor buitengewoon onderwijs. In heel Togo bestaan er zo 9 schooltjes voor buitengewoon onderwijs. 3 kleine klasjes voor telkens een 15-tal kinderen (in ons geval kinderen met een mentale handicap) een een kine-lokaaltje met tot op de draad versleten materiaal, maar waar ze zeer trots op zijn. Grootste probleem: de financiering hangt af van de kerk en de kerk heeft al 5 maanden de leerkrachten niet meer betaald. Tot onze grote verbazing blijven de leerkrachten iedere dag naar het werk komen. Immers, zo zeggen ze zelf, als we twee weken de kinderen in de steek laten moeten we met alle kinderen opnieuw van voor af aan herbeginnen. Echt hallucinant voor wie het Vlaams onderwijs kent.
De volgende stop was de universiteit. De universiteit van Togo, met z’n diverse campussen, is gelegen op een zeer uitgestrekt domein en telt zo’n 60.000 studenten van wie er een groot gedeelte verblijven op het domein. De universiteit is eigenlijk een al stad op zich, zelfs voorzien van een gezondheidscentrum (een ziekenhuis kun je het echt niet noemen).
Vlugger dan we gewild hadden werd het 11u30 en moesten we onze bezoeken aan de scholen stopzetten. Op naar het volgende gedeelte van het programma.
We kregen een rondleiding in de “Zone franche” van Lomé. Je zou dit best kunnen omschrijven als een vrijhandelszone. De meeste bedrijven zijn in handen van buitenlandse ondernemers en betalen slechts het minimumloon (28.000 CFA per maand, net geen 43 euro per maand. Als je weet dat een brood 200 CFA kost, dan weet je dat de werknemers werken voor de prijs van 6 broden per dag en daarvoor tussen de 8 à 10 uur per dag moeten voor werken). Alhoewel ook de Togolese vakbonden niet echt gelukkig zijn met deze situatie wijzen zij ook op het feit dat er een werkloosheidspercentage is van ongeveer 65%. Diegenen die werk hebben zijn de gelukkigen…
Na het erg lekker Afrikaanse middagmaal (voor ons vreemd is dat vb. tong en tarbot hier goedkoper zijn dan kip) brachten onze gastheren ons naar de artisanale markt. Daar werden alle producten ter plaatse gemaakt door vakbondsleden een verkocht zonder tussenpersoon. Een aantal van ons hebben zich wat laten gaan tot tevredenheid van de kunstenaars zelf (want er zaten echt wel kunstwerken tussen).
Als laatste onderdeel van het programma van de dag stond een bezoek aan de minister van arbeid op het programma. De minister is een voormalig vakbondsleider (waar hebben we zoiets nog al een keer gezien?), maar de ACV-delegatie wilde de minister toch ook aanspreken inzake de soms schreinenden arbeidsvoorwaarden bij bepaalde ondernemingen in de “Zone franche”. Nadat ook deze missie was volbracht keerden we terug naar ons hotel waar we na een verfrissende douche in de stad op zoek zullen gaan naar een plaats waar we kunnen eten.
Morgen alweer de laatste volledige dag van onze studiereis. De tijd vliegt…
Na de boeiende uiteenzetting gisteren door de 9 onderwijsvakbonden overkoepeld door de C.S.T.T. konden we vandaag enkele scholen bezoeken.
Afspraak was om 9 uur aan de hoofdzetel en we hadden tijd tot 11 uur. Echter alle aanwezige “generaals” waren er onderling nog niet uit wat het programma van vandaag juist was. Iedereen wilde ons immers enkele interessante zaken in zijn sector laten zien alhoewel we daar eigenlijk geen tijd voor hadden. De Togolese vrienden vergaderden even onderling en na 20 minuten waren ze het er over eens dat we ons konden opsplitsen. De ene groep ging enkele scholen bezoeken, de andere groep ging een bezoek brengen aan de zetel van wat wij noemen Bouw, Industrie en Energie.
Met onze rugzak volgeladen met geschenken die ze in een school goed konden gebruiken gingen we op pas met ons reeds goed gekende busje.
De eerste halte was aan een basisschool. Het contrast met onze scholen kon echt niet groter zijn dan het was. Je vormt je vooraf wel een beeld van een school en een klas, maar de werkelijkheid overtreft alles. Het was om echt heel stil van te worden, waren er niet de steeds lachende blije gezichtjes van de kinderen en het aanstekelijke enthousiasme van de leerkrachten. Alle kinderen in uniform (in gelijk welke school), een ander uniform naargelang het kleutertjes waren (tussen 3 en 5 jaar) of lagere schoolkinderen waren. Alle kinderen kwamen uit hun klasje gelopen en we werden omstuwd door zingende en dansende kinderen. Heel erg leuk, maar we verwonderden er ons over dat er zoveel kinderen uit een klein klasje konden komen.
Gemiddeld zitten er 50 kinderen in een klas en zijn er, als het goed gaat, een 20-tal kleine banken aanwezig waaraan de kinderen kunnen werken.
Didactisch materiaal is er niet voorhanden (de overheid heeft de subsidies omwille van de financiële problemen fel teruggeschoefd en de kerkelijke overheid geeft ook al geen geld meer), drinkbaar water is iets wat op school niet voorhanden is en zelfs het meest elementaire sanitair is er ook niet (ook niet voor de leerkrachten). Ooit was het er wel, maar dat is al weer vele jaren gelden.
Naast de basisschool was er een klein schooltje voor buitengewoon onderwijs. In heel Togo bestaan er zo 9 schooltjes voor buitengewoon onderwijs. 3 kleine klasjes voor telkens een 15-tal kinderen (in ons geval kinderen met een mentale handicap) een een kine-lokaaltje met tot op de draad versleten materiaal, maar waar ze zeer trots op zijn. Grootste probleem: de financiering hangt af van de kerk en de kerk heeft al 5 maanden de leerkrachten niet meer betaald. Tot onze grote verbazing blijven de leerkrachten iedere dag naar het werk komen. Immers, zo zeggen ze zelf, als we twee weken de kinderen in de steek laten moeten we met alle kinderen opnieuw van voor af aan herbeginnen. Echt hallucinant voor wie het Vlaams onderwijs kent.
De volgende stop was de universiteit. De universiteit van Togo, met z’n diverse campussen, is gelegen op een zeer uitgestrekt domein en telt zo’n 60.000 studenten van wie er een groot gedeelte verblijven op het domein. De universiteit is eigenlijk een al stad op zich, zelfs voorzien van een gezondheidscentrum (een ziekenhuis kun je het echt niet noemen).
Vlugger dan we gewild hadden werd het 11u30 en moesten we onze bezoeken aan de scholen stopzetten. Op naar het volgende gedeelte van het programma.
We kregen een rondleiding in de “Zone franche” van Lomé. Je zou dit best kunnen omschrijven als een vrijhandelszone. De meeste bedrijven zijn in handen van buitenlandse ondernemers en betalen slechts het minimumloon (28.000 CFA per maand, net geen 43 euro per maand. Als je weet dat een brood 200 CFA kost, dan weet je dat de werknemers werken voor de prijs van 6 broden per dag en daarvoor tussen de 8 à 10 uur per dag moeten voor werken). Alhoewel ook de Togolese vakbonden niet echt gelukkig zijn met deze situatie wijzen zij ook op het feit dat er een werkloosheidspercentage is van ongeveer 65%. Diegenen die werk hebben zijn de gelukkigen…
Na het erg lekker Afrikaanse middagmaal (voor ons vreemd is dat vb. tong en tarbot hier goedkoper zijn dan kip) brachten onze gastheren ons naar de artisanale markt. Daar werden alle producten ter plaatse gemaakt door vakbondsleden een verkocht zonder tussenpersoon. Een aantal van ons hebben zich wat laten gaan tot tevredenheid van de kunstenaars zelf (want er zaten echt wel kunstwerken tussen).
Als laatste onderdeel van het programma van de dag stond een bezoek aan de minister van arbeid op het programma. De minister is een voormalig vakbondsleider (waar hebben we zoiets nog al een keer gezien?), maar de ACV-delegatie wilde de minister toch ook aanspreken inzake de soms schreinenden arbeidsvoorwaarden bij bepaalde ondernemingen in de “Zone franche”. Nadat ook deze missie was volbracht keerden we terug naar ons hotel waar we na een verfrissende douche in de stad op zoek zullen gaan naar een plaats waar we kunnen eten.
Morgen alweer de laatste volledige dag van onze studiereis. De tijd vliegt…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten