zaterdag 19 maart 2011

Na de reis, ook het boek

Lieve Cox en Luc Hamelinck hebben hun reisimpressies naar aanleiding van het WSF neergeschreven in een boekje.

Onder de titel 'Pleidooi voor internationale solidariteit' krijg je een relaas van ons verblijf. Het geheel is een mooi kijkboek geworden, met tal van foto's uit de verschillende landen die we hebben bezocht.

Wie het wil bestellen kan terecht op blurb; er is een boek in groot formaat en klein formaat.

donderdag 10 februari 2011


Donderdag 10 februari : Zaventem
Iedereen is terug thuis, veilig geland en met heel veel plannen om de toekomst te veranderen. Rapporten & verslagen zullen worden geschreven, foto's verzameld op één unieke plek, projecten voorbereid, verhalen zullen worden verteld, enz.



"Een andere wereld is mogelijk en wij willen ons steentje hiertoe bijdragen".

Groetjes van de blogredactie.

woensdag 9 februari 2011

Bericht voor het thuisfront !
De Mauritaniërs zijn het eerst aangekomen en blijven ook het langste in Dakar.
Vandaar nog enige tijd voor onze nachtvlucht. Onze collega's die op studiereis zijn geweest naar Togo en Gynée zijn allemaal goed vertrokken (ondanks waarschijnlijk een serieus overgewicht door de vele cadeautjes).

Het laatste woord van een ACV-er op WSF

De laatste Belg die in een panel de mening van CSC-ACV heeft overgebracht was Bernt. In het stukje hieronder over "waar naar toe met de andersglobalisten" kan je een inhoudelijk verslag vinden.


Om Dakar af te sluiten werden we nog ontvangen op de Belgische Ambassade. Koning Albert naar Aeropolis, wij naar de Belgische Ambassade samen met collega's van ABVV en alle aanwezige Belgishe NGO's.

Waar naar toe met de anders globalisten?

Het wereld sociaal forum in Dakar vormt de 10° uitgave in de reeks van de wereld sociale fora. Naar aanleiding van deze verjaardag, is het goed stil te staan bij de beweging van de anders globalisten.

Sinds half de jaren 1990 is er uiteraard een hele evolutie doorgemaakt. Ook al kan men niet echt spreken van één beweging van anders globalisten (er zijn heel wat onderdelen in de aandachtspunten) is men zich in ’t algemeen meer bewust geworden van de problematiek die is aangebracht door anders globalisten.
De enen leggen meer nadruk op sociale kwesties, anderen dan weer eerder op problemen van menselijke waardigheid, of nog op klimatologische aspecten, … enz. Men is er zich de afgelopen tijd veel meer van bewust geworden dat liberalisme en kapitalisme veel verder reiken dan het louter economische.

Eigenlijk moet men goed weten wat er in de wereld gaande is om de evolutie te kunnen aansturen. Een optimistisch uitgangspunt is eigenlijk toch wel belangrijk, wil men geloven in de maakbaarheid van de toekomst. Eigenlijk moet men uit de crisissen van de afgelopen jaren en uit de analyse van de toestand in de wereld, zich er voldoende van bewust zijn dat de ‘oude’ modellen niet meer volstaan. Er moet gestreefd worden naar een andere manier van aanpakken. Het blijft zoeken naar de manier waarop we dit concreet moeten doen. Maar de ambitie is niet min: hoe veranderen we eigenlijk de wereld?

Je mag ervan uitgaan dat er 3 grote debatten in de beweging zijn:

  • Moet transformatie bottom-up gebeuren (de democraten), of top down (de visionairen)?
  • Moet men de zaken meer horizontaal (integrale visie) bekijken, dan wel meer verticaal (meer concrete actiepunten)?
  • Moet men zich tegen de openbare machten opstellen (contestatie), dan wel werken via debat en als tegenkracht?

Naar gelang men zich meer rationeel opstelt, dan wel uitgaat van de emotionaliteit, geven mensen een ander antwoord op die vragen.

Tegelijk is er een voortdurende bekommernis rond de legitimering van de beweging.

Anders globalisten beschouwen vakbonden wel eens als ‘geinstitutionaliseerde’ organisaties. Niets is nochtans minder waar: eigenlijk zijn de vakbonden een der belangrijkste organisaties met een directe aansluiting met de basis. De aanwezigheid van militanten op het terrein en de interne democratie zijn tegelijk sterke punten. Het ACV heeft op z’n congres 4 hoofdlijnen uitgezet om vanuit de vakbonden hieraan te werken:

  • Versterking van inspanningen op vlak van ontwikkelingssamenwerking
  • Wegen op de overheden om te komen tot een andere opstelling tegenover landen in ontwikkeling, onder meer bij de uitwerking van handelsovereenkomsten
  • Het aanpakken van de problemen in bedrijven vanuit internationale solidariteit (Europese ondernemingsraden zijn hierin een stap; waarom zou hetzelfde systeem niet kunnen werken op internationaal vlak)
  • Actieve lobbying tegenover de internationale instellingen, zodat hun aanpak grondig wordt bijgestuurd.

Sommige ideeën vanuit de anders globalisten, zoals de invoering van de Tobin taks of het belang van een behoorlijke fiscaliteit, zijn vandaag verworven als concept, zelfs op het niveau van de G20. 10 jaar na Seatle, is klimaat een hot issue. … enz. Op dit soort punten krijgt de beweging dus eigenlijk gelijk’. Maar de problemen zijn niet weg. Er moeten nieuwe maatregelen worden genomen. Het ideologisch debat moet worden omgezet in politieke realisaties. Dat is eerst en vooral nodig op het vlak van de werkgelegenheid. Anders geraken vele mensen eigenlijk niet uit de problemen.

De internationale vakbeweging heeft daarom op het sociaal forum 2 jaar terug, in Nairobi, daarom de ‘decent work’ campagne gelanceerd; ‘decent work’ is de basis voor ‘decent life’.

We kampen met het probleem dat de wereldleiders eigenlijk niet bereid zijn af te stappen van de agenda van de liberalisering. Zolang men dat niet doet, zal het zeer moeilijk zijn om tot een eerlijker wereld te komen.

Men mag niet uitsluiten dat de gebeurtenissen in Egypte en Tunesië iets nieuw in gang zetten. Want ze koppelen de problemen van sociale vooruitgang met de kwestie van de vrijheid. Maar dat moet echt nog blijken. De toekomst zal dat uit wijzen.

Er moet in ieder geval meer democratische aansturing komen van de internationale financiële instellingen. Want veel te veel wordt de wereld nog aangestuurd vanuit louter financiële bekommernissen en het winststreven, niet vanuit centrale bekommernis om tot een betere wereld te komen. De ideeën vanuit de anders globale beweging zullen dus blijvend moeten worden uitgedragen.

De 10° verjaardag van het sociaal forum is voor de beweging van de anders globalisten niet het einde: alleen beweging geeft perspectief!

Workshop over huispersoneel

Tijdens de workshop op het forum krijgen we getuigenissen van syndicalisten uit Zuid Afrika, Senegal, Tobago - Trinidad (Caraïben) Peru en Nepal die uitleggen hoe de situatie in hun landen is geëvolueerd.

Het organiseren van een workshop over ‘domestic workers’ is toch wel belangrijk vanuit problemen van sociale rechten en rechtvaardigheid. Want het betrokken huispersoneel wordt traditioneel niet als echte werknemers worden beschouwd, maar veeleer als een soort huisslaven, die alleen maar moeten doen wat hun meester ze opdraagt.

Meestal gaat het om vrouwen en meisjes die al van 10-jarige leeftijd volledig van hun gezin worden gescheiden. Ieder contact met hun gezin van oorsprong, familie of zelfs met hun kinderen wordt op die manier verbroken. De betrokken vrouwen worden volledig afgescheiden van ieder normaal leven, waardoor ze eigenlijk een zo goed als opgesloten bestaan leiden. Van een loon, laat staan van andere rechten, is geen sprake.
Opkomen voor de rechten van huispersoneel komt dus eigenlijk neer op het vrijwaren van de elementaire menselijke waardigheid. In de wereld zouden ruim 100 miljoen mensen in dat soort omstandigheden leven.



Het is uiteraard erg moeilijk de vrouwen in zo’n omstandigheden te organiseren.
In verschillende landen is men de afgelopen jaren er toch toe gekomen van de betrokken vrouwen onderling in contact te brengen en te organiseren via een vakbond. In de regel worden overheden via de media onder druk gezet. In landen als Peru soms met de grootste problemen, omdat de vakbonden er door de regering soms worden gelijk gesteld met terroristische organisaties.
Via de internationale vakbondsorganisatie brengt men die verschillende nationale organisaties met elkaar in contact, zodat ze kunnen optreden als een netwerk.

In juni van dit jaar zou binnen de IAO – Internationale arbeidsorganisatie, een conventie moeten worden uitgewerkt over de basisrechten van huispersoneel. Men hoopt dat dit een doorbraak kan betekenen voor de betrokken mensen. Maar gewonnen is de zaak nog niet, want alles zal afhangen van de inhoud van hetgeen wordt uitgewerkt. Vanuit het forum wordt opgeroepen om de regeringen onder druk te zetten om te komen tot een goede conventie. Doelstelling is werk als huispersoneel gelijk te stellen met een gewone arbeidsrelatie.
De zaak is lang niet gewonnen: de Arabische landen zijn tegen, Europa twijfelt nog over z’n houding. China, India, de meeste Afrikaanse landen, Zuid-Amerika en de VS zijn de conventie wel meer genegen (ook al zal de VS ze wellicht niet ratificeren).
En we weten het, zelfs als er een conventie komt, zal ze nog altijd op het terrein moeten worden waar gemaakt. Dat leert alvast de situatie in Zuid-Afrika, waar men in vergelijking met vele andere landen een relatief goede wetgeving over deze kwestie heeft, maar waar die in veel gevallen in feite dode letter blijft.

De syndicale werking in Senegal versterken

Toevallig komen we ter gelegenheid van het forum een van onze vroegere WVA bekenden tegen, Faustina, die vandaag in Dakar een functie uitoefent als expert in arbeidszaken voor het BIT – Bureau International du Travail (dat afhangt van de Internationale arbeidsorganisatie). De IAO heeft over Afrika 8 regionale kantoren.

Vanuit het BIT poogt men onder meer door contacten, gesprekken, advies en begeleiding de vakbonden te helpen in hun uitbouw. In ons gesprek leren we dat de vakbonden in Senegal erg verdeeld zijn. In een reeks gevallen gaat het om kleine groepjes, die door sommige leiders worden gebruikt als een mogelijke inrijpoort voor een beter eigen bestaan, eerder dan een echt instrument om de rechten van werknemers te verdedigen. In zo’n situaties regeert cliëntelisme en vinden mensen het bijvoorbeeld belangrijk dat hun syndicale leider erin slaagt de mensen eten te geven.

Het komt er dus op aan diegenen die het wel goed menen met een echte syndicale aanpak te versterken, ervoor te zorgen dat vakbonden zich goed organiseren en echt werken rond de verbetering van de arbeidsomstandigheden en rechten van werknemers. Dat vergt meer organiserend vermogen, vorming en begeleiding.

dinsdag 8 februari 2011

Tochtje door Dakar

Ik was nooit eerder in Dakar geweest. Het is dan ook erg moeilijk om na een dag je indrukken op een rij te hebben.

Dakar is duidelijk 'rijker' dan wat we gezien hebben in Conakry (Guinee), Lomé (Togo) en Mauretanië. Er staan meer huizen, soms tot een 4-tal verdiepingen, en er rijden ook wel een aantal wagens zoals je bij ons ziet. Vergis je nochtans niet, het gros van de wagens zijn eigenlijk niet meer dan schrootbakken waarvan je je af vraagt hoe het komt dat ze niet uit elkaar vallen.
Doordat er sommigen beter leven, komen meteen ook de verschillen en het contrast met de armen scherper naar voren: ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het beetje meer welvaart, meteen ook de ongelijkheid tussen de mensen meteen een pak groter maakt.

Openbaar vervoer is er hier eigenlijk niet: mensen worden volgestouwd in soms kleurrijk beschilderde busjes die hun tochtje pas lijken aan te vatten als er voldoende mensen achteraan uit het busje hangen.

De wegen van de luchthaven naar het centrum zijn vrij behoorlijk en ook een aantal grote verbindingswegen in de stad zijn goed berijdbaar.

Maar van zodra je die hoofdlanen verlaat, kom je snel op wegen met putten, onverharde zandwegen, ...

De stad is een aaneenschakeling van onafgewerkte bouwsels, winkeltjes en stalletjes, rommel, ... zoals je alleen in derde wereld steden vindt.
Pakken mensen leven gewoon op straat. 's Morgens vind je ze samen, op een 'open' plek om iets te eten. Wie 's avonds zich buiten waagt (wat we alleen in groep doen) komt onderweg voortdurend mensen tegen die gewoon langs de straat liggen te slapen. Het aantal mensen die gewoon op straat leven zijn niet te tellen.
Als je terugkeert naar het hotel, na een maaltijd van nog geen 5€, en wordt aangeklampt door een paar moeders met een baby op de rug die je met de hand teken doen dat ze iets willen om te eten, weet je meteen hoe laat het is.

Om je een zeker beeld te geven van het aanzicht van de stad, hebben we enkele seconden van een ritje met de taxi bijeen gesprokkeld. Voor wat het waard is, maar je krijgt misschien toch een zekere indruk.

3 Belgische sterren

Gisteren beet Annie van CNE de spits af en leverde een bijdrage rond werknemers in de financiële sector. Vandaag hebben onze collega's weer bijzonder gesmaakte lezingen gegeven. Lieve, ACV-Kempen en Dominique, ACV-Liège-Huy-Waremme zaten mee in het panel rond sociale economie. Dominique gaf de aftrap en situeerde sociale economie in België en hoe wij tot huidige situatie gekomen zijn. Lieve gaf dan een zeer actuele stand van zaken en concrete voorbeelden. Hierover lees je meer in een ander blogbericht.


Dominique, ACV-Openbare Diensten, gaf een uiteenzetting rond sociale bescherming.


Al loopt het hier qua infrastructuur, accomodatie en organisatie niet altijd vlot, onze groene tussenkomsten worden wij wel geapprecieerd. Knap gedaan!

Bezoek aan een visverwerkingsbedrijf

Gedurende ons ganse bezoek zijn we geconfronteerd met allerlei situaties: meestal met veel armoede en tal van lamentabele toestanden.

We hadden in Dakar de gelegenheid een visverwerkingsbedrijf te bezoeken. De visverwerkingsindustrie heeft de afgelopen jaren in Senegal zware klappen gekregen: waar er vroeger nog een 80-fabrieken waren, is dat nu teruggevallen tot een 20-tal. De toenemende economische concurrentie, maar ook visvangst door grote Chinese en Russische schepen, zit daar voor veel tussen.

De fabriek in kwestie heeft zelf 8 schepen op zee, maar haalt de vis vooral binnen via de kleine artisanale vissers; het bedrijf koopt de vis direct op bij hen, van bij de aankomst op het strand. Naast de directe tewerkstelling in het bedrijf zelf, hebben op die manier vele families hun inkomen te danken aan de fabriek.

De fabriek telt ruim 300 werknemers (zonder personeel op de schepen), waarvan een 60-tal als 'vast' in dienst worden beschouwd, de rest zijn dagloners.

Mensen werken in de fabriek naar gelang de inkomende vis: gaat het goed met de visvangst dan kloppen ze vele uren per dag; gaat het slecht met de visvangst, dan werken ze minder. 's Middags krijgen ze een uur pauze (om te eten - dat gebeurt gewoon op de grond, buiten voor de fabriek) en rond 17u. De flexibiliteit is dus totaal.

Het bedrijf is altijd hoe dan ook winnaar in dit systeem: want de werknemers worden betaald per kg. verwerkte vis. Er wordt dus gewoon gewerkt op basis van een prestatieloon. Om je een idee te geven: we zien een der arbeiders op 15 seconden 6 schollen fileren (dat geeft op 15 seconden 12 visfilees, 2 per zijde van de vis).
Het productieproces is een aaneengesloten ketting: wat 'vandaag' binnen komt als vers gevangen vis, zit 'morgen' op het vliegtuig naar Europa, om daar verkocht te worden in groot warenhuizen. Kijk misschien toch maar eens in het groot warenhuis waar je vis koopt, of die soms van Senegal komt.

Het bedrijf doet het nodige om de afspraken na te komen op het vlak van de procedures in het kader van de controle over de kwaliteit van de eetwaren. Ieder verkocht pakje kan teruggebracht worden tot het gevangen lot vis.

De werkomstandigheden zijn niet evident: 10, 12 uur per dag recht staan om met vismanden te sleuren, vis schoon te maken, te fileren, in diepvriezers te brengen, ... met de handen in het water (soms gemengd met ijs), ... het zijn erg zware werkomstandigheden. Het is maar de vraag hoe lang mensen zo'n arbeid uit houden.

Maar vooral: je bedrijf mag dan al 13 vakbondsafgevaardigden tellen (die overigens graag met ons mee op de foto gaan), mensen hebben hier weinig keuze. Wie het niet aan kan komt wellicht terecht op straat (en dat is hier echt letterlijk te nemen), in de informele economie en zal met een klein zelf geïmproviseerd handeltje z'n inkomen moeten bijeen krijgen.

Sociale economie in voetlicht

De afgelopen jaren heeft de sociale economie veel aan belang gewonnen.
Logisch dan ook dat op het sociaal forum een seminarie gewijd is aan de sociale economie. Het is initiatief komt er op basis van een samenwerking tussen het ACV, de CNTS (Nationale confederatie van de werknemers van Senegal) het IVV-Afrika (Internationaal vakverbond) en het BIT-Afrika (BIT = Bureau international du travail, de tak van de IAO die zich bezig houdt met syndicale normen e.d.).
De CNTS speelde gastheer en stelde dus ook haar lokalen ter beschikking voor het seminarie.

We leren dat naar gelang de verschillende continenten er wel eens andere woorden worden gebruikt om hetzelfde te omschrijven (in West Afrika bijv. spreekt men over sociale en solidaire economie). Ook dekt het begrip vele ladingen, gaande van coöperatieven, mutualiteiten, non profit organisaties, over stichtingen, ...

Op wereldschaal genomen betekent de sociale economie toch wel iets: het gaat globaal om pakweg 10% van de economische activiteit. Uiteraard situeert zich die in erg verschillende sectoren en zijn er naar gelang het land tal van andere evoluties.

Op het druk bijgewoonde seminarie getuigen onze ACV-collega's van de evolutie in ons land. Er wordt bijv. speciaal ingegaan op het systeem van de PWA's. Aan de hand van voorbeelden over concrete initiatieven wordt de situatie in ons land toegelicht.

Op die manier krijgen we ook kennis van andere interessante voorbeelden: in Kenia bijv. bestaat een coöperatieve die zorg voor het volledige productieproces van koffiebonen, de export naar het buitenland en zelfs koffiehuizen uit baat in Europa.
Toch overheerst de overtuiging dat via sociale economie projecten, zoals coöperatieven, veel meer moet gedaan worden in Afrika. In het continent wordt nu een minimaal deel van het BBP besteed aan sociale uitgaven. Hoe wil men dan dat het sociaal vooruit gaat, dat mensen betere arbeidsvoorwaarden krijgen, kunnen genieten van minimale sociaal zekerheidsrechten, ...

De sociale economie project krijgen wel eens het verwijt dat ze een nogal gemakkelijke vorm van concurrentie zouden vormen tegenover gewone zelfstandigen, handelszaken, ... enz. Die kritiek krijgt een duidelijk antwoord: zo'n voorstelling van zaken is niet meer dan een valse patronale benadering! Eerst en vooral omdat zonder sociale economie projecten geen invulling zou worden gegeven aan de maatschappelijke behoeften en de betrokken werknemers tegelijk gewoon werkloos zouden zijn. Maar ook omdat ook het bedrijfsleven tal van vormen van subsidiëring kent: nu een door vermindering van sociale lasten, of door verminderingen voor wetenschappelijk onderzoek, dan weer nog eens om wille van fiscale verminderingen, ... ga zo maar door.

Voor ons is het duidelijk: wil men Afrika vooruit helpen dan zal zeker veel meer moeten worden ingezet op initiatieven via mutualiteiten, coöperatieven, ... kortom, op de sociale economie als brug tussen het 'gewone' bedrijfsleven en de zgn. informele economie waar het gros van de bevolking in zit en waar de betrokken mensen geen sociale rechten hebben, maar alleen op hun eigen zijn aangewezen.

maandag 7 februari 2011

Bezoek aan Ile de Gorée - slaveneiland

We maken van ons bezoek gebruik om Ile de Gorée aan te doen.
Het eiland is gedurende meerdere honderden jaren gebruikt als uitvalsbasis om slaven uit Afrika te verschepen. Het dankt z'n lugubere geschiedenis aan het feit dat het vlakbij Afrika ligt, maar tegelijk het verste uitgangspunt is om de oceaan over te steken.
Het eiland zelf is niet zo groot: op een uurtje of 2 kan je er rustig rond wandelen. Het is eigenlijk een uit de kluiten gewassen rots waarop zich 2 forten bevinden; een aan de haven, en een tweede aan de top van het eiland die uitkijkt over de oceaan.

Het filmpje hierbij geeft je een beeld langs stuurboordzijde bij het aankomen in de haven van Gorée.



Op het eiland doen we speciaal het slavenhuis aan.
Want speciaal ter gelegenheid van het wereldsociaal forum onthullen de vakbonden in het slavenhuis een gedenkplaat die herinnert aan de wrede geschiedenis van het eiland.

Het slavenhuis wordt op het gelijkvloers gevormd door een geheel van cellen: voor kinderen, voor mannen, voor jonge vrouwen, strafcellen om de 'onwilligen' te straffen, ... enz.
De bovenverdieping werd gebruikt door de kooplieden.


Om de goed 3 maanden vertrokken schepen met hun lading slaven naar hun verre bestemming. De slaven gingen rechtstreeks uit het slavenhuis, door een deurtje 'zonder weg terug', om over een loopplank rechtstreeks weggevoerd te worden naar het schip.

Het slavenhuis herinnert uiteraard aan onaanvaardbare praktijken uit het verleden. Maar wie de berichten van de groep uit Mauretanië heeft gelezen, weet dat slavernij daar nog bestaat en zelfs schering en inslag is. Toestanden als die op Gorée zijn dus meer dan een stuk geschiedenis, maar moeten ons bewust maken dat de problemen van slavernij ook vandaag echt niet uitgeroeid zijn.

Hieronder nog enkele sfeerbeelden van het eiland.


Impact van financiële crisis op werknemers

Maandag 7 februari 2011, seminarie van 3 Senegalese vakbonden UGTM, CDT, FDT, ondersteund door CSI, de internationale overkoepelende vakbond

Niet in één van zalen op de universiteit, waar studenten nog examens zijn aan het afleggen, maar in de gebouwen van de vakbond ging dit interessent seminarie met deze titel door.
Onze eigen Annie Patureau, militante CNE, heeft verteld hoe werknemers binnen de financiële sector dit aanpakken.

Boèvi Kouglo LAWSON BODY, CSI-economist,vatte het samen om én te werken tegen een mondiale zwakte basisstructuur en een zwakke overheid en dit op 3 actieniveau's:
(1) sociaal -economisch model waar je kan inspelen actief op financiële tendenzen(inclusief op zoek gaan financiële bronnen voor Afrikaanse ontwikkeling)
(2) welke rol geef je de publieke overheid? hier knelt de schoen enorm. Dringend middelen inzetten als overheid in educatie, opvoeding, cultuur
(3) vraag oplossen hoe de Afrikaanse staat zichzelf verder wil ontwikkelen. Hij geeft hierbij een belangrijke plaats aan de jongeren.

Qua operationele axen zag hij er 4
(1) structurele toename econonomie
(2) probleem oplossen van de hoge werkloosheid, vooral bij jongeren
(3) sociale rechtvaardigheid creëren en behouden
(4) oplossing van vraag rond rol overheid

Omtrent de enorme problemen rond toegang, infrastructuur etc te maken heeft met de gezondheidszorg en onderwijs, zegt Kouglo dat de kamp in het bal van de Afrikaanse landen ligt. Als 16-jarige ging hijzelf naar een openbare, publieke school. Bijna 40 jaar later zijn er privé-scholen overal en wil niemand nog naar die gemeentescholen, zij zijn als het ware gedegradeerd en daar is een enorm probleem qua infrastructuur. Er zijn goede gevormde doktors in Afrika maar als zij een wedde krijgen gelijk aan een legerofficier dan is er een grote kans dat zij elders hun beroep gaan uitoefenen. Leg prioriteit bij ontwikkeling van degelijke overheid die haar rol kan opnemen om mensen, werknemers te beschermen.

zondag 6 februari 2011

Groep uit Guinee sluit aan in Dakar

Met een dagje vertraging dan voorzien, geraakt de groep uit Guinee via een rechtstreeks vlucht met Air Senegal ook in Dakar. Air Senegal is overigens een prima luchtvaartmaatschappij: ruime beenruimte, een lekkere maaltijd en een prima service. Alles wat je je maar wensen kan.

Door de perikelen met de luchtvaartmaatschappijen komt de groep uit Guinee te laat om deel te nemen aan de openingsoptocht. We zien de stoet nochtans uit de lucht door de straten van Dakar trekken.

Het valt meteen op dat er Dakar veel meer hoogbouw is dan in Conakry.

In de video hierbij krijg je in enkele seconden een beeld over de stad. We weten het wel, dat is erg fragmentair, en een vliegtuig is geen stabiele situatie, maar het is toch net alsof je erbij was.
De donkere zone op het einde van het filmpje is een sloppenwijk net voor het landen.




Het Elfde Wereld Sociaal Forum is officieel geopend

En traditioneel gebeurt dit door een kleurrijke manifestatie waar alle deelnemers mee zingen, dansen, roepen,... Cijfers van politie of organisatoren zijn nog niet bekend maar volgens ons waren het toch tienduizenden.

De delegatie van ACV-CSC nam natuurlijk deel aan de openingsmanifestatie op zondag 6 februari. Manifesteren voor een "andere wereld is mogelijk" is wel leuker bij een zonnige en warme 30 graden, in gezelschap van Senegalezen, Afrikanen maar ook Noren, .. De aftrap is gegeven onder een schitterend zonnig gesternte.

zaterdag 5 februari 2011




Zaterdag 5 februari 2011 : Adieu Nouakchott & Bonjour Dakar
Drie dagen hebben onze Mauritaanse vrienden maar nodig gehad om hen voor eens en altijd in onze harten te sluiten. Vakbondswerk in België kan soms wel moeilijk zijn maar voor deze mensen zetten we toch allemaal onze syndicale groene petjes af. Vechten tegen extreme armoede, tegen nog steeds bestaande slavernij, voor de erkennen van honderduizenden werknemers in de informele sector, voor betere arbeidsomstandigheden en voorwaarden, ... Wij wensen onze syndicale collega's van CLMT maar ook CLTM en CNTM veel succes bij hun sociale actie op 10 februari.

Aangekomen in het warme, zwoele Dakar hebben we allemaal gemengde gevoelens. Je maakt constant de vergelijking met de Mauritanen niet alleen naar leef-en werkomgeving maar je ontdekt dat dit geen mengeling is van Arabische en Afrikaanse cultuur en veel hoger staat gerangschikt op de rangorde van Wereldorganisatie maar ook hier is er zichtbare armoede.
De 24-koppige delegatie van ACV-CSC is momenteel effectief ingeschreven voor het Wereld Sociaal Forum in Dakar. De badges liggen klaar om ingevuld te worden, de zakken willen ook gevuld worden met creatieve en inspirerende elementen en onze manifestatiekit kan geopend worden voor een grote openingsbetoging zondag 6 februari 2011. Wij zijn er klaar voor.

Een onvoorzien dagje avontuur?

Vandaag wordt een dag met avontuur.
Normaal zouden we vertrekken met een vlucht Conakry - Abidjan (Ivoorkust) om van daar dan door te vliegen naar Dakar (Senegal).
Tussen Ivoorkust en Senegal hebben we ticket met Air Ivoir. Vrijdagavond 's avonds laat vernemen we dat de maatschappij failliet is. Geen vliegtuig dus naar Dakar en op dit ogenblik vast zitten in Ivoorkust is geen prettig vooruitzicht (politieke instabiliteit & veiligheidsproblemen).

Dank zij een aantal tussenkomsten, kunnen we wellicht mee op een vlucht van Air Sky naar Mali die door vliegt naar Dakar.
We zien wel op de luchthaven of we beschikken over nieuwe tickets. Afwachten dus.

  • 4:30 - we zijn weg uit het hotel
  • 5u - op de luchthaven; alle vluchten gaan blijkbaar over Abidjan; men kan ons niet garanderen dat we er weg geraken naar Dakar; we lopen het risico van verschillende dagen vast te zitten op de luchthaven in Abidjan, een risico dat we niet nemen. De 'chef protocol' van de regering komt zich persoonlijk vergewissen over onze situatie (iets wat hij zelfs voor een vice president overlaat aan z'n adjuncten)
  • 6u - we zitten terug in het hotel en pogen een rechtstreeks vlucht vast te krijgen naar Dakar; is het vandaag niet, dan is het morgen.
  • 12u20 - Annick speelt het klaar: we hebben tickets voor een rechtstreekse vlucht naar Dakar, morgen 15u

vrijdag 4 februari 2011

Afscheid van onze vrienden uit Guinee

Guinee heeft op ieder van ons een overweldigende indruk gemaakt.

Het land heeft de jongste jaren een bijzondere evolutie door gemaakt.
Na nationale stakingen en andere syndicale acties in 2007 is de militaire junta verdreven. Sindsdien is er veel politieke discussie geweest: over de grondwet, over de manier van organiseren van presidentsverkiezingen, de manier van organiseren van verkiezingen voor burgemeester, in prefecturen, voor het parlement, ... kortom over de manier waarop het politiek bestel in het land zou moeten worden georganiseerd.
Verantwoordelijken van de CNTG, en mevr. Rabiatou Serah Diallo in het bijzonder, spelen daarin een cruciale rol.


Guinee is vandaag niet alleen een land in volle evolutie, het is ook een land dat z'n weg zoekt naar ontwikkeling, naar een goede politieke aansturing, ...
In gesprekken met vakbondsverantwoordelijken valt het op dat ze wel netjes het verschil maken tussen de rol van de vakbond en de politiek. Wie politieke opdrachten op neemt, wordt binnen de vakbond vervangen.

In die overgangsperiode hebben het IMF en vooral de wereldbank hun steun aan Guinee ingetrokken (eigenlijk op een ogenblik dat ze het meest nodig hadden). Op dit ogenblik zou men terug aanknopen met die ondersteuning. De wereldbank is de grootste geldschieter voor het land.

Het is altijd gevaarlijk de situatie van een land te schetsen in enkele lijnen. Maar toch wagen we ons aan enkele indrukken.

Het is uiteraard een arm land. Het gemiddeld bruto nationaal inkomen zou volgens de statistieken rond de 1.100€ draaien; dat is ongeveer 40 keer minder dan bij ons. En zoals je weet moet je erg voorzichtig omspringen met statistieken: ze verbergen grote verschillen en dus de toch wel algemene armoede.
De lonen zouden het hoogst zijn in de grote bedrijven (industrie, mijnbouw, telefoonmaatschappijen, ...). Maar uit ons bezoek aan de cementfabriek enkele dagen terug, weten we dat het loon er maar 50€ is (wat duidelijk minder is dan het statistisch gemiddelde). De top van de ambtenarij haalt een loon van 100€ per maand. Dat zet de cijfers toch wat in perspectief.

De economie hangt met haken en ogen aan elkaar.
De periode van het militair bewind heeft meegebracht dat het land zich stevig in de schulden heeft gestoken; Guinee is dus een land met een hoge schuldenlast. De militaire junta heeft tot bijna 40% van de overheidsuitgaven besteed aan militaire uitgaven. Het spreekt voor zich dat dit meteen mogelijke bestedingen voor onderwijs, gezondheidszorg, ... wegdrukt.

De meeste mensen leven in de 'informele' economie. Dat komt erop neer dat iedereen een beetje z'n plan moet trekken met alles.
De straten zijn vol met mensen die allerlei eenvoudige spullen proberen te slijten (vruchten, schoenen, ... noem maar op) of nog hun diensten aanprijzen als taxi-moto, e.d.
Net zoals in vele derde wereldsteden, zijn de handeltjes gegroepeerd per activiteit (hekkenmakers, houtbewerkers, meubelmakers, ...). Op tal van plaatsen langs de weg zie je mannen hoopjes cement en grint mengen met de schop; het mengsel gaat vervolgens in een mal om zo, steen per steen, tot cementen snelbouwstenen te komen.
Op die manier overleven mensen van dag op dag.

Behalve als je veel geld hebt, koop je benzine niet aan bezinestations (die zijn er wel, dat is niet het probleem): velen kunnen gewoon hun benzinetank niet volgieten (want te duur) en zijn aangewezen op een aankoop langs de straat, per glazen literfles, of in het best geval met een bidon.

'Alles' (bij wijze van spreken) in Guinee heeft te maken met de overheid. Uitzonderingen niet te na gesproken, zoals de grotere bedrijven die mineralen en grondstoffen ontginnen (en gebruik maken van eigen netwerk spoorwegen - andere treinen dan voor het goederenvervoer van die maatschappijen hebben we hier niet gezien), de telefoonmaatschappijen, ...
Juist die overheid laat het stevig afweten: Energievoorzieningen (elektriciteitsproductie en distributie) zijn lamentabel; men denkt er nu aan de activiteit te privatiseren. Drinkwatervoorzieningen hebben hier in niets van doen met wat we bij ons kennen. Afval wordt niet opgehaald, maar verbrand langs de straat. Kortom, op het vlak van nutsvoorzieningen is hier een enorme weg af te leggen.
Banken zie je niet in het straatbeeld niet; creditcards zijn hier onbruikbaar. Alles gebeurt in cash; 1 euro is zowat 10.000 Guinese frank. Geef toe, het is even wennen met de prijzen.

Op het vlak van syndicale werking spelen verantwoordelijken uit overheidsdiensten een centrale rol. Sommige syndicale leiders hebben in de overgangsregeling na 2007, belangrijke functies waar genomen, zelfs tot minister.
De vakbond investeert zelf geen middelen in eigen gebouwen, ... om wille van het voortdurend risico op plunderingen. Eigenlijk gebruikt men een aantal openbare diensten (zoals het ministerie van openbare werken) als uitvalsbasis voor de syndicale werking.
Op die manier probeert men de werknemers in de informele economie te bereiken en te organiseren. Sommige vakbondsverantwoordelijken hebben een specifieke opdracht met dat doel.

In het straatbeeld zie je behoorlijk wat jonge kinderen school gaan. Uiteraard lang niet iedereen, want vele kinderen, zowel in steden als in rurale gebieden, lopen helemaal geen school. Wie leeft in de informele economie is voor meer dan 80% analfabeet; dat kinderen in die omstandigheden geen school lopen spreekt voor zich.
School lopen doe je in de voormiddag. De rest van de dag kunnen kinderen dus hoe dan ook werken. Klassen in openbare scholen tellen 150 of 200 leerlingen. Alleen mensen met geld kunnen hun kinderen naar een privé school sturen. Toch ervaren mensen dat de problemen rond nutsvoorzieningen groter zijn dan op het vlak van het onderwijs.

Voor de gezondheidszorg zijn er plaatselijke gemeenschapscentra. Ze uitbouwen is een opdracht van gemeenten en van de prefectuur. Maar vermits die zelf weinig initiatief nemen met het oog op de plaatselijke of regionale ontwikkeling, mag je van die centra wellicht weinig voorstellen. De gevolgen zijn direct merkbaar:
  • de gemiddelde levensverwachting van de mensen is slechts goed 50 jaar
  • de kindersterfte binnen het jaar is 16%, omdat jonge kinderen na de periode van de borstvoeding geen behoorlijke voeding krijgen en omdat de inentingen naar aanleiding van de geboorten niet in acht worden genomen (met polio e.d. voor gevolg)
  • naar aanleiding van geboorten overlijdt 1 moeder op 3.
*
In 't algemeen valt bij Afrikanen het enthousiasme, de warme inzet en het optimisme op.
Het bezoek aan Guinee was voor ons een echt interessante gelegenheid om kennis te maken met het land, de manier van aanpakken, de uitdagingen en de mogelijkheden tot ontwikkeling.
De komende jaren zal erg veel in het land afhangen van de verantwoordelijkheidszin en opties die politieke verantwoordelijken nemen.

De aanpak vanuit de CNTG stemt ons op dit vlak hoopvol.
Maar het moet allemaal nog worden waar gemaakt.

Bij ons afscheid hebben we, naast een hele reeks ACV - propagandamiddelen, de vlag van ACV - Openbare Diensten overhandigd aan de verantwoordelijken voor de openbare sector van de CNTG, als blijk van onze vriendschap, waardering, respect en solidariteit.
Petje af voor deze mensen !

Kindia

Kindia is een provinciestad met pakweg 280.000 inwoners.
Het gros van de straten is onverhard. We krijgen uitgelegd dat 1 op 2 woningen zou een verbinding hebben met een citerne waar men water kan oppompen (maar intuïtief gesproken lijkt me dat veel). Wie dat niet kan betalen gaat te voet naar het afhaalpunt waar je water kan krijgen aan een vrachtwagen.

Al pratend met de regionale vakbondsverantwoordelijke (zeg maar de 'regiopropagandist') blijkt elektriciteit volgens hem een groter probleem te zijn dan de watervoorziening. Het elektriciteitsnet levert maar delen van de dag stroom en de vele onderbrekingen remmen volgens hem de economische ontwikkeling en de handel. Naaimachines, slijpschijven, ... noem maar op, quasi alles wat je moet gebruiken heeft elektriciteit nodig. Het gebrek aan elektriciteit ligt volgens de minzame man voor een groot deel aan de basis van de werkloosheid. Kortom, enkel grotere ondernemingen die een met een group hun eigen elektriciteit opwekken, kunnen op een min of meer normale manier werken.

Na een korte obligate stop aan het gemeentehuis, bezoeken we een kleine coöperatieve waar vrouwen linnen verven op basis van mooie patronen.
Het procédé zou onze procedures PBW lang niet doorstaan. Sulfiet en fixeerder worden in open lucht in een plastiek kuip tot verf gemengd. Sommige vrouwen dragen handschoenen, anderen niet; ééntje heeft een mondmaskertje aan. De geur van de chemicaliën slaat je, als nieuwsgierige toeschouwer, zo in het gezicht. Gezond kan dit niet zijn.

Het linnen is vooraf geplooid en gaat dan in het bad met verfstoffen. Naar gelang het effect dat men wil bereiken, wordt het ondergedompeld in één of meerdere kleuren.
Eenmaal opengevouwen openbaart zich een onverwacht patroon.
Het linnen wordt vervolgens gedroogd in het koertje waar we vertoeven en ten slotte wordt de verf in het linnen nog eens aangeklopt met een soort houten kegels.



Naderhand hebben we de gelegenheid om in het stadje een deel van de markt te bezoeken. In de belendende omgeving krijgen jonge meisjes de mogelijkheid om 'aan de naaimachine een stiel te leren', door allerlei verstelwerk te doen, te stikken, ... Een stiel leren of kinderarbeid, ... we laten het aan uw oordeel over.

Een stevige tocht

De afgelopen dagen waren we vooral in Conakry, de hoofdstad van Guinee.
Vandaag staat een trip richting binnenland op het programma, meer bepaald naar Kindia.

Kindia ligt op ongeveer 135 km. van de hoofdstad. Ondanks onze stevige pickups, blijft dat goed voor een trip van ongeveer 4 uur.
Oorzaak: de weliswaar verharde wegen liggen bezaaid met putten en bulten, die ons voortdurend over de weg laten laveren. Voor het verkeersreglement is het vaak toch wel even improviseren (vooral veel klaxoneren, zodat iedereen weet dat je er aan komt). De wegen zijn meestal 2 vaksbanen, inhalen doe je van zodra er een gaatje is.

De meeste wagens zijn vaak in erbarmelijke staat, maar zitten steevast volgepropt met mensen. Het nationaal kenteken van vorige eigenaars staat in de regel nog op de voertuigen; de wagens komen een beetje van overal, Zwitserland, Nederland, Frankrijk, ... we hebben zelfs één Belg gespot.

Het landschap is vrij heuvelachtig en groen. We laten ons vertellen dat verderop in het binnenland (de oppervlakte van Guinee is vergelijkbaar met die van Groot-Brittannië) er heuvels zijn boven de 1000 m.

Door het land reizen doe je niet zomaar als bij ons. We passeren 3 controleposten met militairen. Een touw ligt klaar over de weg om de wagens te doen stoppen. In sommige gevallen moeten we de 'ordre de mission' tonen, waaruit blijkt dat we ons volgens de autoriteiten wel mogen verplaatsen en dank zij de politieman in een van de pickups verloopt alles voor ons bijzonder vlot. Anderen lijken toch wel wat meer discussie te hebben.

Onderweg bezoeken we een coöperatieve waar fruit en vruchten worden verwerkt tot confituur en kruiden. We zien een groepje vrouwen maniok bladeren snijden.
Het is een kleinschalig project gesteund door de CNTG. Eerder hadden we al ervaren dat mensen waarvan je het echt niet zou verwachten toch wel goed weten wat de CNTG (vakbondsconfederatie in Guinee) betekent. Verwijzen naar de CNTG betekent hier toch wel echt iets en is voor veel mensen een referentie.
We kopen kruiden en sommigen onder ons ook confituur.