vrijdag 4 februari 2011

Afscheid van onze vrienden uit Guinee

Guinee heeft op ieder van ons een overweldigende indruk gemaakt.

Het land heeft de jongste jaren een bijzondere evolutie door gemaakt.
Na nationale stakingen en andere syndicale acties in 2007 is de militaire junta verdreven. Sindsdien is er veel politieke discussie geweest: over de grondwet, over de manier van organiseren van presidentsverkiezingen, de manier van organiseren van verkiezingen voor burgemeester, in prefecturen, voor het parlement, ... kortom over de manier waarop het politiek bestel in het land zou moeten worden georganiseerd.
Verantwoordelijken van de CNTG, en mevr. Rabiatou Serah Diallo in het bijzonder, spelen daarin een cruciale rol.


Guinee is vandaag niet alleen een land in volle evolutie, het is ook een land dat z'n weg zoekt naar ontwikkeling, naar een goede politieke aansturing, ...
In gesprekken met vakbondsverantwoordelijken valt het op dat ze wel netjes het verschil maken tussen de rol van de vakbond en de politiek. Wie politieke opdrachten op neemt, wordt binnen de vakbond vervangen.

In die overgangsperiode hebben het IMF en vooral de wereldbank hun steun aan Guinee ingetrokken (eigenlijk op een ogenblik dat ze het meest nodig hadden). Op dit ogenblik zou men terug aanknopen met die ondersteuning. De wereldbank is de grootste geldschieter voor het land.

Het is altijd gevaarlijk de situatie van een land te schetsen in enkele lijnen. Maar toch wagen we ons aan enkele indrukken.

Het is uiteraard een arm land. Het gemiddeld bruto nationaal inkomen zou volgens de statistieken rond de 1.100€ draaien; dat is ongeveer 40 keer minder dan bij ons. En zoals je weet moet je erg voorzichtig omspringen met statistieken: ze verbergen grote verschillen en dus de toch wel algemene armoede.
De lonen zouden het hoogst zijn in de grote bedrijven (industrie, mijnbouw, telefoonmaatschappijen, ...). Maar uit ons bezoek aan de cementfabriek enkele dagen terug, weten we dat het loon er maar 50€ is (wat duidelijk minder is dan het statistisch gemiddelde). De top van de ambtenarij haalt een loon van 100€ per maand. Dat zet de cijfers toch wat in perspectief.

De economie hangt met haken en ogen aan elkaar.
De periode van het militair bewind heeft meegebracht dat het land zich stevig in de schulden heeft gestoken; Guinee is dus een land met een hoge schuldenlast. De militaire junta heeft tot bijna 40% van de overheidsuitgaven besteed aan militaire uitgaven. Het spreekt voor zich dat dit meteen mogelijke bestedingen voor onderwijs, gezondheidszorg, ... wegdrukt.

De meeste mensen leven in de 'informele' economie. Dat komt erop neer dat iedereen een beetje z'n plan moet trekken met alles.
De straten zijn vol met mensen die allerlei eenvoudige spullen proberen te slijten (vruchten, schoenen, ... noem maar op) of nog hun diensten aanprijzen als taxi-moto, e.d.
Net zoals in vele derde wereldsteden, zijn de handeltjes gegroepeerd per activiteit (hekkenmakers, houtbewerkers, meubelmakers, ...). Op tal van plaatsen langs de weg zie je mannen hoopjes cement en grint mengen met de schop; het mengsel gaat vervolgens in een mal om zo, steen per steen, tot cementen snelbouwstenen te komen.
Op die manier overleven mensen van dag op dag.

Behalve als je veel geld hebt, koop je benzine niet aan bezinestations (die zijn er wel, dat is niet het probleem): velen kunnen gewoon hun benzinetank niet volgieten (want te duur) en zijn aangewezen op een aankoop langs de straat, per glazen literfles, of in het best geval met een bidon.

'Alles' (bij wijze van spreken) in Guinee heeft te maken met de overheid. Uitzonderingen niet te na gesproken, zoals de grotere bedrijven die mineralen en grondstoffen ontginnen (en gebruik maken van eigen netwerk spoorwegen - andere treinen dan voor het goederenvervoer van die maatschappijen hebben we hier niet gezien), de telefoonmaatschappijen, ...
Juist die overheid laat het stevig afweten: Energievoorzieningen (elektriciteitsproductie en distributie) zijn lamentabel; men denkt er nu aan de activiteit te privatiseren. Drinkwatervoorzieningen hebben hier in niets van doen met wat we bij ons kennen. Afval wordt niet opgehaald, maar verbrand langs de straat. Kortom, op het vlak van nutsvoorzieningen is hier een enorme weg af te leggen.
Banken zie je niet in het straatbeeld niet; creditcards zijn hier onbruikbaar. Alles gebeurt in cash; 1 euro is zowat 10.000 Guinese frank. Geef toe, het is even wennen met de prijzen.

Op het vlak van syndicale werking spelen verantwoordelijken uit overheidsdiensten een centrale rol. Sommige syndicale leiders hebben in de overgangsregeling na 2007, belangrijke functies waar genomen, zelfs tot minister.
De vakbond investeert zelf geen middelen in eigen gebouwen, ... om wille van het voortdurend risico op plunderingen. Eigenlijk gebruikt men een aantal openbare diensten (zoals het ministerie van openbare werken) als uitvalsbasis voor de syndicale werking.
Op die manier probeert men de werknemers in de informele economie te bereiken en te organiseren. Sommige vakbondsverantwoordelijken hebben een specifieke opdracht met dat doel.

In het straatbeeld zie je behoorlijk wat jonge kinderen school gaan. Uiteraard lang niet iedereen, want vele kinderen, zowel in steden als in rurale gebieden, lopen helemaal geen school. Wie leeft in de informele economie is voor meer dan 80% analfabeet; dat kinderen in die omstandigheden geen school lopen spreekt voor zich.
School lopen doe je in de voormiddag. De rest van de dag kunnen kinderen dus hoe dan ook werken. Klassen in openbare scholen tellen 150 of 200 leerlingen. Alleen mensen met geld kunnen hun kinderen naar een privé school sturen. Toch ervaren mensen dat de problemen rond nutsvoorzieningen groter zijn dan op het vlak van het onderwijs.

Voor de gezondheidszorg zijn er plaatselijke gemeenschapscentra. Ze uitbouwen is een opdracht van gemeenten en van de prefectuur. Maar vermits die zelf weinig initiatief nemen met het oog op de plaatselijke of regionale ontwikkeling, mag je van die centra wellicht weinig voorstellen. De gevolgen zijn direct merkbaar:
  • de gemiddelde levensverwachting van de mensen is slechts goed 50 jaar
  • de kindersterfte binnen het jaar is 16%, omdat jonge kinderen na de periode van de borstvoeding geen behoorlijke voeding krijgen en omdat de inentingen naar aanleiding van de geboorten niet in acht worden genomen (met polio e.d. voor gevolg)
  • naar aanleiding van geboorten overlijdt 1 moeder op 3.
*
In 't algemeen valt bij Afrikanen het enthousiasme, de warme inzet en het optimisme op.
Het bezoek aan Guinee was voor ons een echt interessante gelegenheid om kennis te maken met het land, de manier van aanpakken, de uitdagingen en de mogelijkheden tot ontwikkeling.
De komende jaren zal erg veel in het land afhangen van de verantwoordelijkheidszin en opties die politieke verantwoordelijken nemen.

De aanpak vanuit de CNTG stemt ons op dit vlak hoopvol.
Maar het moet allemaal nog worden waar gemaakt.

Bij ons afscheid hebben we, naast een hele reeks ACV - propagandamiddelen, de vlag van ACV - Openbare Diensten overhandigd aan de verantwoordelijken voor de openbare sector van de CNTG, als blijk van onze vriendschap, waardering, respect en solidariteit.
Petje af voor deze mensen !

Geen opmerkingen:

Een reactie posten